Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aas RICHARD di II. KONING van ENGEL.

troon, indien gy niet de broeder waart van den zoon van den grooten Eduard, dan zou die tong, welke thans zo woestelyk in uw' mond rondjaagt, uw hoofd van uwe oneerbiedige fchouders jaagen.

Gaunt.

o Spaar my niet, zoon van myn' Broeder Eduard, uit hoofde dat ik een zoon ben van zyn' Vader Eduard. Gy hebt alreeds dat bloed, even als de pellikaan, uit zyne'aderen getapt, en dronkenachtig verzwolgen. Myn Broeder Gloucefter, die braave, rechtgeüarte man, heil zy hem onder de zalige zielen in den Hemel l kan door zyn voorbeeld reeds getuigenis geeven , dat gy u niet ontziet bet bloed van Eduard te ilorten. Vereenig u met myne tegenwoordige ziekte, en laat uwe onbarmhartigheid de fikkei van den tyd zyn om eensklaps eene bloem af te maaijen, die reeds voorlang verwelkt is. Leef tot uwe fchande; maar laat uwe fchande niet met u derven! Laaten deeze woorden in het vervolg altoos uwe beulen zyn. (tegen zyne dienaars) Draagt my weder naar myn bed, en vandaar naar myn graf; laaten zy liefde voor hun leven hebben, die liefde en eer bezitten.

(De dienaars draagen btm weg.) K. Richard.

En laaten zy derven, die oud en knorrig zyn ; dit beide zyt gy, en dit beide voegt wel voor het graf.

York.

Ik bid uwe Majedeit, dat gy zyne woorden gelieft toe te fchryiren aan de gemelykheid der ziekte. Op myne eer, hy bemint u; en acht u hoog, even gelyk Hendrik Hertog van Hereford, toen hy nog hier was.

K. Richard. Recht; gy fpreekt de waarheid; zyne genegenheid

Sluiten