Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s3* RICHARD de II KONING vak ENGEL.

northumberland.

Zyn' edelen Bloedverwant, o Allerontaartfle Ko. ning .' Maar, Mylords, wy hooren dien vreeslyken ftorm (boven onze hoofden) loeijen, en wy zoeken echter geene ichuilplaats om dat onweder te ontgaan; wy zien een' al te fteiken wind onze zeilen, opfpannen.en echter lliyken wy niet, maar willen gerustelyk vergaan.

Ross.

Wy zien de fchipbreuk voor oogen , die wy lyden moeten , en tot nu toe is het gevaar niet verhoed , daar wy de oorzaaken van onze fchip' breuk (onder ons blyven) dulden.

northumberland.

Spreek zo niet; ik zie het leven gluipen door de oogbolen van de dood ; maar ik durf niet zeggen hoe dicht de tyding van onzen troost ons genaderd is. Ross.

Spreek vertrouwelyk, Northumberland; wy drie zyn maar één in uw' perfoon, en dus wanneer gy fpreekt dan zyn uwe woorden niets anders dan ge» dachten, fpreek derhalven ftoutmoediglyk.

northumberland.

Welaan dan, myne Vrienden. Ik heb van Portie-blanc, eene haven in Bretagne vernomen, dat Hendrik Hereford , Rainald Lord Cobham , die onlangs met den Hertcg van Exeter in onmin geraakt is , zyn Broeder thans Aartsbisfchop van Canterbury, de Ridders Thomas Erpingham, John Rainfton , John Norberie, Robert Waterton, en ïrancis Coines, dat die allen, wel uitgerust door den Hertog van Bretagne,met agt groote fchepen, en drieduizend mannen, zich met alle mooglyke haast herwaarts fpoeden, en binnen kort op onze poordelyke kusten eene landing denken te doen; misfchien hebben zy dit reeds gedaan, en wachten enkel op het vertrek van den Koning naar Ierland, indien wy derhalven feet Uaafsch juk willen af.

fchud-

Sluiten