Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«38 RICHARD de II. KONING va» ENGEL:

de Dienaak. Eén uur vóór dat ik daar aankwam wag de Her. togin geftorven.

York.

De Hemel zy ons genadig! welk een vloed var» rampen overftroomt dit ongelukkig land op éénmaal' Ik weet niet wat ik doen zal. Gave God, dat de Koning , zonder door my daar toe uitgetart te zyn myn leven met dat van myn'Broeder genomen had' Hoe, zyn de posten reeds afgezonden naar Ierland ? Maar , vanwaar zullen wy geld krygen tot (het voeren van) deezen oorlog? Kom, Zuster; ik wil

zeggen, Nicht, ik bid vergeef het my (Teem

den Bedienden) Gy, vriend, gaa naar huis, beitel eenige wagens, en belaad die met de wapenen welken nog daar te vinden zyn. (Tegen de Edelen.) Gy, Mynheeren, wilt gy intusfchen heengaan, en het volk monfteren ? Laat niemand my ooit meer gelooven,indien ik weet.fhoè ik deeze zaaken, die my zo ongeregeld in de handen geduwd zyn, zal in order brengen. Zy zyn beiden myne bloedver, wanten; de een is myn Vorst, dien myn eeden myn plicht beiden my beveelen te befchermen • de andere daarentegen is myn nabeftaande, die d'oor den Koning verongelykt is; en wien recht te doen myn geweeten en de bloedverwantfchap my gebieden. Welaan, wy moeten toch iets doen. Kom, Nicht, ik zal voor u zorgen. — (Tegen de Edelen.) Gaat heen , monftert uw volk en komt by my op het kafteel van Berkley -' , ik diende ook wel naar Plashie te gaan; maar de tyd laat dit niet toe. Alles is oneven, en in de Miterfte verwarring.

(Turk vertrekt niet de Koningin.)

A G T.

Sluiten