Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii-o RICHARD de II. KONING van ENGEL

Vaart wel ; indien myn voorgevoel my niet bedriegt , dan fcheiden wy drie hier vaneen , om eikanderen nooit weder te zien.

B u s h y.

Dat is ai naar dat het York gelukt tegen Bolingbroke.

Ge een.

Ach! die arme oude Hertog , de taak, die hy op zich neemt, is even als of hy het zand aan den oever wilde tellen, of de zee uitdrinken; tegen dat 'er één aan zyne zyde blyft ftryden, zullen 'er dui« zend zyn, die vluchten.

B u s h t.

Vaart wel, eens voor al, en voor altoos. Green.

Wel , misfchien zien wy eikanderen nog wel eens weder.

Bagot.

Ik vrees, dat dit nooit gebeuren zal.

NEGENDE TOONEEL.

Het Tooneel verheeld eene nooefte plaats in Gloucejlersbire.

Bolingbroke Northumberland.

Bolingbroke. Hoeverre, Mylord, zyn wy nu nog van Berkley af ?

northumberland.

Ik ben een vreemdeling hier in Gloucestershire. Deeze woeste hooge bergen, en deeze ruwe ongebaande wegen verlengen de mylen (van onze reis) en maaken dezelve moeijelyk en verveelende, en echter is uw aangenaam gefprek (voor my) als fuiker geweest, en heeft den moeijelyken weg effen en aangenaam gemaakt. Maar ik overdenk thans

by

Sluiten