Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JH I S T O R I E-S PEL. 251

TWEEDE TOONEEL.

Het Tooneel is op de Kust van Wallis.

(Men boort bet geluid van Trommelen en Trom* petten.)

X. Richard, Aumerle, de Bisjcbop van Carlisle, en Krygsvoh.

K. Richard.

Noemt gy d«t gintsch Kasteel BarkloughlyCastle? Aumerle.

Ja, myn Vorst. Hoe bevalt u de landlucht na het dobberen op de kabbelende zee?

K, Richard.

Zy moet my noodwendig aangenaam zyn. Ik fchrei van vreugd, dat ik eens weder den grond van myn Koningryk mag betreeden.. Geliefde grond, ik groet u met myne hand, fchoon wederfpannelingen u kwetfen met de hoeven van hunne paar» den; even gelyk eene moeder, die lang van haar kind gefcheiden is geweest, onder haare traanen tederlyk lonkt en glimlacht wanneer zy het wederziet , even zo begroet ik u fchreijende en glimlachende , geliefde aarde , en ftreel u met myne Kon tnglyke handen, o Vriendelyke aarde, voed toch niet de vyanden van uwen Koning, of verfterk hun roofzuchtig gemoed niet met uwe zoetigheden; maar laaten de fpinnen, die uw vergif inzuigen, en dik gezwollene padden in hunnen weg leggen,om leed te doen aan hunne verraaderlyke voeten, met welker overweldigende treden zy u vertrappen. Geef fteekende netelen aan myne vyanden; en wanneer zy eene bloem van uwen boezem plukken, wapen die dan, bid ik u met eene zuigende adder; wier dubbele tong met een' doodelyken fteek de dood

toe-

Sluiten