Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254 RICHARD,'de II. KONING vaw ENGEL.

dat gy dood waart , zyn verftrooid weggevlucht. of tot Bolingbroke overgelopen.

Aumerle. Houd moed, myn Koning, hoe word uwe Ma» jefleit zo bleek?

K. RrCHARD.

Tot nu toe triumfeerde het bloed van twaalf» duizend mannen in myn aangezicht, en dat is nu gevlucht, en heb ik dan geene rede om bleek en dood verwig te zyn tot dat zoveel bloed weder gekomen is. Alle zielen, die veilig willen zyn, vlieden van myne zyde; want de tyd heeft eene vlek op myn' hoogmoed gelegd.

Aumerle.

Schep moed, myn Koning; bedenk toch wie gy zyt.

K. Richard. Ik had myzelven vergeten. Ben ik niet Koning? Ontwaak, lafhartige Majefteit, gy flieptj kan de naam van Koning geen veertigduizend naamen op. weegen. Wapen, wapen u, o myn naam, een ge. ring onderdaan ftaat naar uwen verhevenen luister. Slaat uwe oogen niet naar den grond . gy gunfte» lingen van den Koning, zyn wy niet hoog veihe» ven ? Laaten dan ook onze gedachten verheven zyn. Ik weet, dat myn Oom York magt heeft om onze party te dienen. Maar wie komt daar?

VIERDE TOONEEL.

de V.oorigen, scroop. scroop.

Meer welvaaren en geluk wedervaaren den Koning dan myne door droefheid geftemde tong hem kan wenfchen.

K. Ri.

Sluiten