Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JSISTÖRIE'SFEL. *S?

Aumerle.

Waar is de Hertog myn Vader met zyne magt? K, Richard.

Het is onverfchillig waar hy zy; Iaat niemand meer van eenige vertroosting fpreken; laaten wy veeleer fpreeken van graven, wormen, en grarfchriften; laat het flof ons papier zyn, en laaten wy met de traanen onzer oogen o»ze droefheid op den boezem der aarde fchryven ! Laaten wy boedelfcheiders benoemen, en van uiierite-willen fpreeken; maar neen, dit ook niet, want waarover kun. nen wy befchikken, dan over de begraafenis van onze doode lichaamen? Ons land,ons leven.alles behoort Bolingbroke, en niets kunnen wy ons eigen noemen dan de dood;en dat gering gedeelte woefte grond, dat tot een dekfel vcor onze koude beenen zal ftrekken. Laaten wy, om 'shemels wil, hier op den grond gaan nederzitten, en de droevige gefchiedenisfen van de dood der Koningen opnaaien, hoe fommigen afgezet zyn geworden; fommigen m den oorlog gefneuveld; fommigen gekweld zyn van de geesten der geenen, die zy afgezet hadden; fommigen door hunne eigene huisvrouwen vergeven; fommigen in den ilaap vermoord; allen eleodiglyk omgekomen. —— Want in de holle kroon, die het fterflyk hoofd der Koningen omringt, houd de dood haar hof; daar zit die fpotfter, befchimpt hunne grootheid, en lacht met hunne ydele pracht; hen een oogenbiik, een kort tooneel vergunnende om te heerfchen, gevreesd te worden, en met hunne oogwenken te kunnen dooden; zy ftort hen verwaande harfenfchimmen in, alsof dit vleescht die ringmuur van ons leven, van ondoordringbaar koper was; en wanneer zy in deeze verbeelding zyn, dan fteekt zy met eene kleine fpeld door deeze muuren , en dan is het: vaarwel, Koning I —> Dekt uwe hoofden, en befpot geen vleesch en bloed net plegtige eerbewyzingen ; legt den eerbied af, & es

Sluiten