Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H I S T O R I E.S P E L. ast

thans een pyniger, naardien ik van langzaamerhand het ergst, dat toch gezegd moet worden , uitftel. Uw Oom York heeft zich by Bolingbroke gevoegd, en allen de noordelyke Kafteelen zyn overgegeven, en allen de Edellieden van het zuidelyk gedeelte hebben de wapenen voor zyne party opgevat. K. Richard. Gy hebt genoeg gezegd, ([tegen Aumerle.) Weé u, Neef, dat gy my afgeleid hebt van den zoeten weg der wanhoop, die ik reeds had ingeflagen. Wat zegt gy nu? Welke troost blyft ons nu nog overig? (Ik zweer) by den Hemel, dat ik hem eeuwig haaten zal, die van my vordert , dat ik goedsmoeds zal zyn. Gaa, naar Flintcastle,daar zal ik myn leven wegzuchten; een Koning, die de flaaf is van het ongeluk, zal het ongeluk koning, lyk onderdaanig zyn, ontflaat het volk, dat nog by my is; en laat hen heengaan om het land te beploegen, dat eenige hoop heeft van vruchten te zullen voortbrengen; voor my, ik heb geene hoop meer. Laat niemand meer fpreeken om dit befluit te doen veranderen ; want alle raad is thans vergeefs.

Aumerle. Myn Vorst, één woord.

K. Richard. Hy, die my wond met zyne vléijénde tong, doet my dubbel leed. Ontflaat myne dienaars ; laat hen van hier gaan, van den duifteren nacht van Richard tot den helderen dag van Bolingbroke.

&2 -fYF.

Sluiten