Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

166 RICHARD db II. KONING va» ENGEL;

moogen vertrappen; want nu, terwyl ik nog leef, trappen zy reeds op myn hart; en waarom zouden zy dan niet op myn hoofd moogen trappen als ik begraven ben ? — Gy fchreit, Aumerle; gyfchreit, myn tederhartige Neef l Wy zullen van onze verachte traanen fchaadelyken regen maaken,die met den ftormwind van onze zuchten verëenigd, het zomerkoren zal ter nederflaan, en eene duurte in dit oproerig land verwekken. Of zullen wy met onza tegenfpoeden dert fpot dryven, en een aartig fpel met onze traanen maaken? Als.by voorbeeld,van dezelve zolang op dezelfde plaats te Horten, totdat zy een paar graven voor ons zullen gedolven hebben, en, als wy daarin leggen dan zal het zyn: Hier leggen twee Bloedverwanten, die hunne graven gemaakt hebben met de traanen van hunne oogen. Zou dus dit kwaad geen goed doen ? •— Genoeg, genoeg, ik zie wel, dat ik beuzeltaal fpreek, en dat gy my belacht. (Nortbumberland komt op bet Tooneel.) Groottnagtige Prins, Mylord Northumberland, wat zegt Koning Bolingbroke? Wil zyne Majefteit, dat Richard zal leeven, of moet Richard fterven ? Gy hebt flechts eene bui« ging te maaken om Bolingbroke Ja te doen zeggen.

NOSTHÜMBÏÏLitfD.

Mynheer, hy wacht op het laage voorplein om met u te fpreeken, gelief zo goed te zyn van af te komen.

K- Richard, Ja, ik zal afkomen, ik zal afkomen, als de flikkerende Phaëton, toen hy de buiténfpoorige paarden niet meer regeeren kon. (Nortbumberland ver' trekt.) Op het laage voorplein? Ja,wel laag,daar Koningen zich moeten verhagen om op het bevél van verraaders te verfchynen, om hen vergiffenis ♦e fchenken! Moeten wy op het laage voorplein komen, Kom , Koning I Komt Hofftoct I Want

nacht-

Sluiten