Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE'SPEL. i6j

nachtuilen gillen thans daar voorheen Ieeuwrikke zongen.

Bolingbroke. (tegen Northumberland,')

Wat zegt zyne Majefteit?

Northumberland,

Droefheid en hartkwelling doen hem verward fpreeken, even als een onzinnig mensch. (Richard nadert hem.) Maar, daar komt hy zelf.

Bol/nobroke.

Wykt allen terug? en bewys uwen fchuldigen eerbied aan zyne Majefteit. (Hy knielt neder.) Myn genadigfte Heeri

K. Richard.

Edele Neef, gy verlaagt uwe vorftelyke knie, door den grond hovaardig te maaken, dat zy de> zelve mag kusfen. Het zou my aangenaamer zyn, dat myn hart uwe genegenheid mogt befpeuren, dan dat myn onvoldaan oog uwe uiterlyke plichtpleeging aanfchouwt. Rys op, Neef, rys op; ik weet dat uw hart ten minfte zo hoog (by legt de tand op zyn hoofd.) opgerezen is, fchoon uwe kniën laag zyn.

Bolingbroke. Genadige Vorst, ik kom enkel om myn eigen goed.

E. Richard. Uw goed is het uwe, en ik, en alles zyn dè uwen.

Bolingbroke.

Wees zó verre de myne, myn genadige Vorst, als myn trouwe dienst zulks van u zal verdienen. K. Richard.

Gy verdient zeer veel; zy, die den magtigften weg weeten om iets te verkrygen, verdienen zeer veel. Oom York, geeif my de hand; ei, droog uwe oogen af; tiaanen toonen genegenheid en gebrek aan andere hulpmiddelen. Neef, ik ben nog te jong om uw vadet te zyn, en echter zyt gy oud

Sluiten