Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

274 RICHARD de II. KONING va» ENGEL

En gy voegde bierby: „ De dood van myn' Neef „ zou een groot geluk voor Engeland zyn." Aumerle. Prinfen, en edele Lords, wat zal ik dit laag fchepfel ten antwoord geeven ? Zal ik myne Prh> felyke Star zó zeer onteeren, dat ik hem met ge. lyke bewoordingen te keer gaa ? Dit moet ik doen, of ik moet myne eer bevlekt laaten met de leugentaal van zyne lafterende lippen. Daar legt myne handfchoen, dat tastbaar teken van de dood, hetwelk u voor de hel beftemt. Gy liegt, en ik zal in uw hartebloed ftaande houden, dat gy liegt het» geen gy zegt, hoe onwaerdig hetzelve ook mooge zyn om de fneede van myn Ridderlyk zwaard te bevlekken.

Bolingbroke. Bagot, wacht u wel, dat gy de handfchoen niet opneemt.

Aumerle. Eén uitgezonderd, wenschte ik wel, dat de voornaamfte van deeze vergadering my zodanig belee» digd had.

FlTZWATER.

Indien uw moed gefield is op gelykheid van rang, daar is myne handfchoen, Aumerle, tot een wederpand tegen de uwe. By die glansryke zon, die my aantoont waar gy ftaat, (zweer ik) dat ik u heb hooren zeggen , en wel beroemenderwyze, dat gy de oorzaak waart van de dood van den edelen Gloucefterj zo gy dit ontkent, dan liegt gy grouwelyk; en ik zal uwe valsheid met de punt van myn zwaard terug ftooten in uw hart, daar dezelve eerst gefmeed wierd.

Aumerle.

Bloodaart, gy verdient niet langer den dag te aanfchouwen.

Sluiten