Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE-SPEL. 283

echter overgegeven aan een zeer zwaar kruis, en geen water kan ooit uwe zonden afwasfchen. Northumberland.

Spoed u, Mylord; lees deeze artikelen. K. Richard.

Myne oogen zyn vol van traanen, ik kan niet zien; en echter verblind dat ziltig vocht dezelven niet zó zeer, of zy kunnen hier nog een' grooten hoop verraaders zien. Ja, als ik de oogen op my zeiven vestig, dan bevind ik myzelven zo wel een verraader te zyn als de overigen; want ik heb hier de toeftemming van myn hart gegeven tot het ontblooten van het prachtig lichaam van een' Koning ; ik heb den Luister tot laagheid, en een' Opperheerfcher tot een' Slaaf gemaakt ; de verhevenfte Majefteit tot een' onderdaan, en den grootften Staat tot een' bedelaar.

Northumberland.

Myn Heer. ...

K. R1 c h a r n.

Ik ben geen Heer van u , gy trotsbeleedigende' man ; ook ben ik niemands Heer ; ik heb noch naam, noch titel; ja zelfs de titel, die my van de geboorte af gegeven is, is my nu ontweldigd. Ach! welk een ongelukkige dag! heb ik dan zoveel winters overleefd om nu heden niet eens te weeten, hos ik myzelven noemen zal! Ach! dat ik een Schynkoning van fneeuw gemaakt ware , die voor de opgaande zon van Bolingbroke geplaatst was , op dat ik dus tot waterdruppelen verfmelten kon !» Goede Koning, j -groote Koning,—en echter niet grooteiyk goed, indien myn woord nog gangbaare munt is in Engeland, vergun my dan te beveelen, dat men my terftond een' fpiegel bezorge, opdat ik mooge zien hoedanig de trekken zyn van myn gelaat, zedert dat bet de Koninglyke Majefteit heeft moeten overgeeven.

Bo-

Sluiten