Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

388 RICHARD de II. KONING tan ENGEL.

VYFDE BEDRYF.

EERSTE TOONEEL. Het Tooneel verbeeld eene Jlraat te Londen.

De Koningin, Staatjuffers, (en een vaeinig kater) K.Richard, en Lyfwachten.

De Koningin, (tegen de Staatjuffers.)

Langs deezen weg zal myn Koning komen. Dit is de weg naar den tot ongeluk gebouwden Toien van Julius Casfar; wiens fteenen boezem beftemd is tot eene gevangenis voor myn' Heer gedoemd door den vermeteien Bolingbroke. Laaten wy hier wat ruften, indien deeze wederfpannige aarde nog eene rustplaats hebben kan voor de Gemaalin van haaren wettigen Koning. (K. Ricbard komt met de Lyftvacbten van verre op bet tooneel.) Maar zacht, ziet toe, of neen, ziet liever niet het verwelken van myne fchoone roos; maar ja, ziet toe, befchouwt oplettende, opdat gy door medelyden tot dauw moogt verfmelten, en die dus weder opkwee. ken door traanen van oprechte genegenheid. (7egen K. Ricbard.) o Gy, afbeeldfel waar het mag. tig Trojen geftaan heeft j gy fchynbee'd van de eer; gy graf van Koning Ricbard; gy fchoone herberg zou de onooglyke droefheid in u gehuisvest worden nu de overwinning de gast van eene bier. kroeg geworden is?

K. Richard*

Vereenig u niet met de droefheid, fchoone vrouw, doe dit niet. Verhaast daardoor myn einde niet. Gewen u, edele ziel, aan de verbeelding, dat onze voorige ftaat een aangenaame droom geweest

Sluiten