Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

historie-spel; a9t

genoeg. — Neemt affcheid van eikanderen; want gy moet op ftaanden voet fcheiden.

K. Richard. Eene dubbele fcheiding! Booze menfchen, gy fchend een tweevoudig huwelyk; eerst tusfchen myne kroon en my, en vervolgens tusfchen my, en myne echte huisvrouw. (Tegen de Koningin') Laat my den eed wegkusfen, die my aan u verbind. —— Maar, neen, dat kan niet gefchieden, want die wierd door eene kus verzegeld. Scheid gy ons, Northumberland. Laat my gaan naar het noorden, daar rillende koude en ongefteldheid de luchtftreek uitmergelt, en myne Koningin naar Frankryk, vanwaar zy eenmaal herwaarts gekomen is, opgeilerd als de aangenaame Mei, en werwaarts zy nu weder terug keert als vrouwendag of de kortte dag van het jaar.

Dr Koningin. Moeten wy vaneen gefcheurd, moeten wy gefcheiden worden?

K. Richard. Ja, myne waardfte, hand van hand, en hart Tan hart.

Di Koningin, (tegen Northumberland.) Veiban ons beiden; zend den Koning met my.

Northumberland. Dit zou groote gunst zyn, maar kleine ftaat• kunde.

De Koningin. Welnu, laat my dan gaan waarheen hy gaat.

K. Richard. Dan zouden twee, die te zaamen fchreijen,maar eene droefheid hebben. Schrei gy om my in Frankryk; ik zal hier om u fchreijen; het is beter verre af te zyn dan naby; kom nooit naby my. Gaa 'leen, reken uwen weg volgens uwe zuchten, ik zal den mynen met traanen berekenen.

T 2 De

Sluiten