Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE-SPEL. 203

York. Waarby ben ik gebleven ?

De Hertogin. By dat droevig geval, myn Heer, daar grove kwaalykbeftuurde handen, uit de venfters ftof en vuilnis op het hoofd van Koning Richard wierpen. York.

Toen fteeg, gelyk ik gezegd heb de groote Eoiingbroke op een vuurig en moedig paard, dat zyn* veel onderneemenden ruiter fcheen te kennen; en begon zyn' optogt met een' langzaamen en deftigen tred ; terwyl alle tongen riepen: God behoede u, Bolingbroke; men zou gedacht hebben , dat de venfters zeiven fpraken, zoveel nieuwsgierige blikken van jongen en ouden ftaaroogden op zyn gezicht; en men zou gezegd hebben, dat allen de muuren met beweegende beelden verfierd eenftem. mig uitriepen: Jefus behoede u! wees welkom, Bolingbroke! terwyl hy, zich dan naar deneenen. en dan naar den anderen kant wendende, blootshoofds, en laager gebogen dan dF hals van zyn, moedig paard, dus antwoordde; Ik dank'u.waar' de Landgenooten 1 en dus deed hy overal onder het voorby ryden.

De Hertogin. Helaas! de arme Richard! Waar reed die ondertusfchen ?

York.

Even gelyk in een' fchouwburg de oogen der menfchen, nadat een weibegaafd tooneelfpeeler het tooneel verlaten heeft, onachtzaamlyk zich vestigen op hem, die na denzelven komt, dewyl zy zyne redenen voor verveelend gebabbel houden; even zo, of liever, met nog grooter verachting, gluipten zy Koning Richard aan; geen mensch riep : God behoede den Koning ! niet ééne ver. blyde tong wenschte hem welkom thuis; maar ftof wierd op zyn gezalfd hoofd geworpen; hetT 3. welk

Sluiten