Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE.SPEL, i97

VYFDE TOONEEL.

De Voorigen, en Dienaars.

Y o b k (tegen de Dienaars.) Brengt my myre laarzen. Jk moet naar den Koning. (Een Dienaar brengt den Hertog zyne laarzen J •

D e H e r to oin. (tegen Aumerle op den Dienaar uoyzende.)

Slaa hem , Aumerle — Arme jongen! gy zyt geheel bedwelmd, (tegen den Dienaar.) Pag u weg, fchurk, en kom nooit weder onder myne oogen. York.

Geef my de laarzen.

De Hertogin.

Hoe, York, wat wilt gy doen? Wilt gydemisdaad van uw eigen kind niet verbergen ? Hebben wy meer zoons? Of is het waarfcbynlyk, dat wy 'er nog meer zullen krygen ? Is myn tyd van baaren niet verzwolgen door den tyd? En wilt gy myn' ouderdom van een' waarden zoon berooven, en my den naam van eene gelukkige moeder ontrukken? Is hy u niet gelyk? Is hy uw eigen niet? York.

Gaa dwaaslyk-tedere moederI Wilt gy die haatelyke zaamenzweering verborgen houden ?Zy heb. ben twaalf in getal het H. Sacrament gebruikt, en onderling zich fchriftelyk verbonden om den Koning te Oxford te vermoorden.

De Hertogin. Hy zal geen van hen zyn; wy zullen hem hier houden; wat gaat het dan hem aan?

York.

Gaa heen, dwaaze vrouw' AI was hy twintig snaaien myn zoon ik zou hem aanklaagen>

T 5 Di

Sluiten