Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 301

ZEVENDE TOONEEL.

De Koning opent de deur, en York komt in.

Bolingbroke. Wat is de rede van uwe komst,Oom; haai eerst wat adem; en meld ons dan hoe na het gevaar is, opdat wy ons moogen wapenen om hetzelve te gemoet te gaan.

York

Doorlees dit gefchrift, en gy zult daaruit dat verraad verneemen, hetwelk de vermoeidheid my be» let te verhaalen.

Aumerle. Herrinner u, als gy leest, de belofte, welke gy gedaan hebt. Ik heb berouw over myne misdaad, lees myn' naam hier niet, myn hart is niet verbonden met myne hand.

York.

Booswicht, dit was het reeds éér uwe hand dit ondertekende. Ik heb het uit den boezem van den verraader gerukt, myn Vorst, vrees en niet liefde is het, die berouw in hem werkt; heb geen medelyden met hem, want uw medelyden zou eene flang zyn, die u naar het hart zou fteeken. Bolinbroke.

Welk eene affchuwlyke, magtige, en vermetele zaamenzweering! o Getrouwe vader van een' ver. raaderlyken zoon! Gy klaare, onbevlekte, en ziï. verblanke bron, waaruit deeze ftroom door moe» rasfige beddingen zyn' ioop genomen heeft, en zichzelven daardoor verontreinigd, de overmaat van uwe deugd bedekt zyne ondeugd, en uwe overvloedige goedheid zal dien doodelyken vlek van uw' overtreedenden zoon verfchoonen.

York.

Zo zal dan myne deugd de koppelaarfler van

zyne

Sluiten