Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H I S T O R I E'S P E L, 303

zullen uwe oude bonten op* nieuw een' verraader opkweeken ?

De Hertogin-' (tegen Tork ) Waarde Yoik, heb geduld, (tegen den Koning.) Hoor my, genadige Koning. (Zy knielt.) Bolingbroke. Rys op, waarde Moei.

De Hertogin. Nog niet, bid ik u; want ik zal altoos op myne kniën blyven leggen; en nooit een gelukkige dag zien vóór dat gy my blydfchap fchenkt, en my beveelt vrolyk te weezen door vergiffenis te fchenken aan Rutland , myn' misdaadigen zoon.

Aumerle. (knielende.) Ik voeg myne gebogene kniën by de bede van myne Moeder.

York. (knielende.) En ik buig myne getrouwe kniën tegen hen beiden. Ongeluk wedervaare u zo gy eenige gunst bewyst.

De Hertogin. Spreekt hy in ernst? Zie hem flechts aan; zyne oogen ftorten geene traanen, zyne beden zyn niet van harte; zyne woorden komen enkel uit den mond, de onzen uit het hart; by verzoekt flechts geveinsdelyk, en wi! afgewezen zyn; wy bidden met hart, en ziel, en allen onze vermogens. Zyne moede kniën zouden gaarne willen opryzen, dit weet ik;onze kniën zullen gebogen blyven totdat zyaan den grond blyven hechten. Zyne fmeekingen zyn vol van valfche fchynheiligheid, de onze van waaren yver, en oprechtheid; onze beden doen de zyne te niet; laaten zy derhalven die gunst erlangen, welke aan oprechte beden toekomt. • Bolingbroke. Waarde Moei, ftaa op.

Ds HerTOoiN. Neen, zeg niet, ftaa op j maar vergeef eerst;

en

Sluiten