Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL, 300

Vorst, toen gy nog Koning waart; en thans op myne reis zynde naar York heb ik met veel moeite ten laatfte verlof gekregen om bet gelaat van myn' gewezen' heer nog eens te aanfchouwen. o, Hoe griefdehetmyn hart, toen ik op den dag van de kroo» ning in de ftraaten van London zag, dat Bolingbroke uwen Barbaryfchen Schimmel bereed, dat fchoon paard, hetwelk gy zo menigmaal bereden hebt; dat paard, dat ik met zoveel zorg en moeite afgerecht heb!'

K, Richard. B Reed hy op myn' Barbaryfchen Schimmel ? Zeg my eens, beleefde vriend, hoe ging die onder hem?

Stalknecht. Zo trotsch en moedig alsof hy den grond veri achtte.

K. Richard. Zo moedig omdat Bolingbroke op zyn' rug zat! Dat paard heeft menigmaal brood uit myne Koninglyke hand gegeten; deeze zelfde hand heeft het wel'moedig gemaakt doorhetteftreelen; ftruikelde het niet ? Kon het niet vallen, dewyl toch hoogmoed vóór den val komt, en dien hoogmoedigen man den nek doen breeken, die zich verftoutte om zyn' rug te befchryden?. Vergeef het my, paard; waarom zou ik u befchimpen, daar gy, gefchapen om de menfchen onderdaanig te zyn, geboren, zyt tot draagen? Ik ben geen paard geboren en echter draag ik een' last als een ezel,, die met fpooren geftoken en afgemend word door den rondjaagenden Bolingbroke.

V 3 TWAALF.

Sluiten