Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sio RICHARD be II. KONING van ENGEL.

TWAALFDE TOONEEL.

De Voorigen, Da Cipier, (met een'fcbotel.)

De Cipier, (tegen den Stalknecht.) Vriend, gaa heen, gy mooge hier niet langer fejyven.

K. Ric h a r d. (tegen den Stalknecht.) Zo gy myn vriend zyt, dan is'het tyd dat gy gaat.

Stalknecht. Hetgeen myne tong niet durft, dat zal myn hart zeggen. (Hy vertrekt.)

De Cipier. Mylord, behaagt het u toe te tasten ?

K. Richard. Proef gy het eerst, gelyk gy gewoon zyt te doen.

De Cipier.Mylord, ik mag niet; want de Ridder Pierct van Exton, die zo even van den Koning gekome» is, heeft my het tegendeel bevolen.

K. Richard. De duivel haale Hendrik van Lancafter en u! Het geduld is verfchaald, en ik heb eene walg daarvan. (Hy Jlaat den Cipier.)

De Cipiex. Help, help, helpI (Exton komt toejebieten met tenige dienaart.

K. Richard. Hoe nu? «— Wat wil de dood met deezen woeften aanval ? (tegen ten'van de dienaart) Schelm, uwe eigene hand geeft my het middel tot uwe dood. (Hy ontrukt hem zyn zwaard, en Jleekt hem dood.) (Tegen een' anderen, dien by int gelyk dood. fteekt) Gaa heen, en vul ook eene plaats in de hel. (Exton velt bem neder.) Die hand zal in een onuit» Sfiutchbaar vuur voor eeuwig branden, welke myn'

ge»

Sluiten