Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL.

313

Bolingbroke, Exton, ik dank u nist; want gy hebt een' haatelyken moord met uwa noodlottige hand gebragt over my, en oirer dit beroemde land.

Exton.

Op het zeggen van uw* eigen mond, myn Koning, heb ik deeze daad gedaan.

Bolingbroke:

Zy zyn geen beminnaars van vergif, die vergif noodig' hebben; even zo bemin ik ook u niet • fchoon ik hem dood wenschte, haat ik den moordenaar, eneemin hem vermoord. De wroegiBg van een fchuldig geweeten zy uw loon ,• maar verwacht van my geen vriendelyk woord of Koninglyk gunstbewys. Gaa met Caïn omzwerven in de fcha« duwen der dood, en vertoon u nooit by het licht van den dag. Mylords, ik betuig u, dat myne'ziel vol droefheid is, omdat ik met bloed heb moeten befpiengd worden om waschdom te krygen. Komt, treurt met my'om hem, dien ik betreur, en trekt terftondhet aklig rouwkleed aan; ik zal eene reis doen naar het Heilig Land , om dit bloed van myne fchuldige hand af te wasfchen. Volgt my treunglyk na, doet dit ten gevalle van myn' rouw, en fchreit met my over deeze ontydige dood.

Einde van bét vyfde en laatfte Bedryf.

AAK»

Sluiten