Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

322 AANMERKINGEN op RICHARD de II.

Ibid, Reg. 9, 8- (van onderen) „ De Geesteiyken. "

In het Engelsch . ftaar eigentlyk „ Voorbid. „ ders. "En gelyk Dr. Warburton ieest, „ Tby „ beadsmen, Uwe Voorbidders." Dewyl nu de Voor. bidders van den Koning zyne Kapeliaanen waren, heb ik hier het woord Geesteiyken, als meer ge. bruikelyk dan dat van Voorbidders, gebezigd,en de leezing van den Ridder Hanmer gehouden, dewyl, myns bedunkens, Scroop hier fpreekt van de Geesteiyken in het algemeen, en niet van eenige weinige Kapellaanen van 's Konings huis.

Vfrtaaler,

Ibid, Reg. 8, 7. (van onderen.)

dubbel-dooielyk taxusbout."

De Dichter noemt dit hout aldus omdat de bladen van dien boom, vergiftig zyn, en omdat van deszelfs hout de boogen gemaakt wierden, die tot een doodelyk gebruik ftrekten.

Dr. Warburton.

Pag. 256. Reg. 1, 2. 3.

„ Waar is de Graaf van Wiltsbire ? Waar is „ Bagot? Wat is 'er geworden van Busby? Waar „ is Green? "

Hier vind men vier perfoonen genoemd, en flechts eenige weinige regels laater noemt de Koning Hen drie Judasfen , omdat zy vreede gemaakt hadden met Bolinobroke; maar boe, hadden zy vreede gemaakt ? Met het verlies van hun hoofd. Nadat Scroop dit aldus had uitgelegd, zegt Aumerle: „ Zyn Busby, Green, en de Graaf van Wüts„ bire dood? " Zodat Bagot hier ongenoemd blyft, en deeze was het ook in ierdaad oncfnapt, en had zich met nllen mooglyken fpoed naar Chester begeven vanwaar hy naar Ierland gevlucht was. Enwy lee! zen ook, in het Tweede Bed»yf, dat dit zyn voormen was; want daar zegt hy:

„ Neen,

Sluiten