Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34» De TWEE EDELLIEDEN van VERONA

Lucetta. Doorlees dan dit papier, MejufFer.

Julia.

„ Aan Julia ," zeg , van wien?

Lucetta. Dat zal de inhoud aantoonen.

Julia.

Spreek op, wie gaf het u ?

Lucetta. De knecht van Signor Valentino; gezonden naar ,k denk, van Proteus. Hy wilde het aan u' gegeven hebben, maar, dewyl ik hem ontmoette, nam ik het aan in uwen naam; te bid, dat gy my dit niet kwalyk neemt. 6y y

Julia.

Wel zo, fgy zyt) 0p myne eer, eene fraaiie tnakelaares durft gy u veïftouten onbehoorlyto letteren te huisvesten, om zaamen te fpannen en

TiTV: fr^den tegen mvne j^gd?Ge!ooefnm;"

di is eene bed.emng van groote waardy, en gy zyt eene bediende, die recht bekwaam is voor deeze bediening. Daar is het papier te?ug, maak dat het wedergegeven word, of anders behoeft gy nooit weder onder myne oogen te komen. ™

»in?dandnaït!de veeleer beloe.

Julia. • Zult gy heengaan?

„ _ Julia, (alken)

gezien ehaderrrSte * wel' dat fk de°

E" teru- rf^ k 20U fchande zyn. ™ * naar terug riep, en haar verzocht om eene daad te

doen, waarover ik haar bekeven heb Welk eene Wtun is zy, die weet, dat ik een mctje E, en my

niet

Sluiten