Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B, L Y S P t L, 343

niet dwingt om den brief in te zien ? Dewyl toch eerbaare meisjes gewoon zyn Neen te zeggen, wanneer zy gaarne zouden willen , dat de aanbie« der daaruit Ja' verffond. Foei! foeit hoe eigen» zinnig is deeze dwaaze liefde, die, even als een ft'out kind, haare voedfter krabt, en terftond daarna weder onderdaaniglyk de roede kust Hoe onvriendelyk heb ik Lucetta vanhier gekeven , toen ik echter gaarne haar hier wilde honden! Hoe toornig leerde ik myne wenkbraauwen te fronfen, toen inwendige blydfchap myn hart noodzaakte tot glimlachen ! Myne ftraf is Lucetta terug te roepen, en vergiffenis te vraagen over myne gepleegde dwaasheid. (Zy roept.) Lucetta! Lucetta! (Lucrtta komt weder op bet Tooneel.)

Lucetta. Wat belieft u, MejufFer?

Julia.

Is het haast tyd om het middagmaal te houden ?

Lucetta. Ik zou wel wenfchen, dat het reeds tyd was, opdat gy uwe gramfchap mogt koelen op het eeten en niet op uwe kamenier.

Julia.

Wat is het, dat gy daar zo fchielyk van den grond opraapt?

Lucetta.

Niets.

Julia.

En waarom bukte gy dan?

Lucetta. Om een papier op te raapen, dat ik liet val» len.

Julia. En is een papier dan niets?

Lucetta, Ja, niets, dat my betreft.

Y * f»j

Sluiten