Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 36i

onze meid jankte, onze kat wrong haare handen, ons gantfche huis was in verwarring; en evenwel heeft die onmededoogende rekel niet [ééne traan geflort. Hy is een fteen, een rechte" fteen, hy heeft niet meer medelyden dan een hond; een fmous zelf zou gehuild hebben zo hy ons affcheid gezien had , en hoe myne grootmoeder, die geene oo^en meer heeft, zich blind fchreide over myn vertrek. Zie, ik zat eens toonen hoe het ging; deeze' fchoen is myn vader;, neen; de linkerfchoen is myn vader; neen, neen, die linkerfchoen is myne moeder; neen, dat kan ook niet weezen; ja wel, het is al zo, het is al zo; want die heeft de fkchtfte zool; ja, die fchoen met het gat is myne moeder, en die is myn vader; de droes ja.' zo is* het; nu verder, deeze ftok is myne zuster, want, zie, zy is zo bleek als een doek, en zo mager als een hout; die hoed is Anna, onze meid; ik ben de hond; neen de hond is zich zelf. en ik ben de hond; och neen de hond is ik, en ik ben ik zelf; ja, ja, nu kom ik by myn' vader: Vader, geef my uw' zegen; nu moet de fchoen geen woord fpreeken door het huilen; nu moet ik myn' vader zojnen, goed, hy fchreit al voort; nu kom ik by myne moeder; ach! dat zy nu fpreeken kon!—» als eene oude vrouw! nu, nu zal ik haar zoenen; ziedaar; dat is net de reuk van den adem van my. ne moeder; nu kom ik tot myne zuster; let wel hoe zy kermt; nu ftort de hont in die tusfchentyd niet ééne traan, en fpreekt geen enkel woord; en zie eens hoe ik het ftof pet myne traanen be. vochtig.

Panthion. (op hit Tooneel komende.") Launce, maak voort, maak voort; uw heer is reeds aan boord, en gy zult hem voorzeker moeten naroeijen; wat deert u? waarom fchreit gy, vriend? Loop heen, domme ezel, gy zult te laat komen' wanneer gy nog langer vertoeft.

Z 5. „ Ik

Sluiten