Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

352 De TWEE EDELLIEDEN van VERONA,

„ Ik ben verplicht hier op nieuw eenige woor„ denwisfelingen tusfchen Speed en Panthion over „ te flaan dewyl derzelver onaartige aartigbeid be„ ftaat in eene woordfpeeling met het woord tide, >» gety» en net woord tied, gebonden, die in de „ uitfpraak eveneens klinken. De Heeren Wie„ land en Efchenburg zyn my hierin vooige„ gaan."

Launce. Welnu, wat meer?

Panthion. Wel dus zoud gy het gety misfen, en door het gety te misfen zoud gy in uwe reis misfen,en door in uwe reis te misfsn zoud gy uw' meefter misfen, en door uw' meefter te misfen zoud gy uwe huur misfen, en. . . . Waarom] houd gy myn' mond dicht?

Launce.

Uit vrees, dat gy eens uwe tong mogt komen te misfen.

Panthion.

Waardoor ?

Launce.

Door al uw gebabbel. Kom. kom, Iaat my gann; v/ant geloof my, indien de (bedding der) rivier droog was zou ik die kunnen vullen met myne traanen; en zo de wind geheel ftil was, zou ik met myne zuchten de boot kunnen voortdryven. Panthion.

Kom voort, kom vooit, ik ben gezonden om het u te zeggen.

Launce.

Zeg my wat gy wilt,

Panthion.

Zak gy gaan.

Launce.

Ja, ik zal gaan.

VIER-

Sluiten