Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356 De TWEE EDELLIEDEN van VERONA;

Valentino. Ja,, myn genadige Vorst, ik ken dien Heer als een braaven en a^htenswaerdigen Edelman, die by ieder een' in aanzien is.'

de Hertog. Heeft hy niet een' zoon?

Valentino. Ja, myn Vorst, een' zoon, die de liefdeen ach. ting van zulk een* Vader dubbel waerdig is. d e He r t o ö. Kent gy dien zoon wel ?

Valentino. Ik ken hem als myzelven; want van onze kindfohe jaaren af hebben wy met eikanderen verkeerd en te zaamen den tyd gtfleren; en fchoon ik zelf een ledigganger geweest ben, het groot voorrecht van den tyd misbruikende om myne jeugd in de uiterfte volmaaktheid te kleeden; heeft echter S>gnor Proteus, dus word hy genoemd, zich den tyd ten nutte gemaakt, en dien tot zyn voordeel hefteed; hy is nog jong van jaaren, maar oud van ondervinding,- zyn hoofd is nog groen, maar zyn verftand is volkomen ryp; met één woord, fchoon alle de ,of, dien ik hem thans geef, verre b«ne. den zyne verrffenften is, hy is een volmaakt Edelman naar het lichaam en den geest , en begaafd met alle de bekwaamheden, die een' man van zyne geboorte kunnen verfieren.

de Hertog. Waarlyk, Signor Valentino, indien het b'ykt • dat hy zodanig is, dan is hy de liefde.van eens Keizers dochrer waerdig ; en bekwaem om eens Keizers raadsheer te zyn. Nu, Signor, deeze Edelman is by n.y gekomen, met brieven van voorfchryving van zeer aanzienJyke lieden- en is van voorneemen om eenigen tyd aan myn Hof door te brengen. Ik geloof, dar dit geen onaangenaame tyding voor u is.

Va'?

Sluiten