Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L r S f £ t. Proteus.

Ik zou myn leven waagen tegen dengeenen, die dat zou durven zeggen buiten u.

Sylvia. Wat? Dat gy welkom zyt?

Peote us. Neen; dat gy onwaerdig zyt.

Ebn Dienaar. (Op bet Tooneel komende.') Mevrouw, de Hertog uw Vader begeert u te fpreeken.

Sylvia.

Zeg, dat ik komen zal om zyne bevélen aan té hooren. (De Dienaar vertrekt.) Kom, Signor Thurio, gaa met my. Nog eens, welkom, myn nieuwe Opwachter; ik zal u by eikanderen laaten om te kunnen fpreeken over uwe byzondere zaa. ken; en wanneer gylieden die afgehandeld zult hebben, hoop ik nader van u te zullen hooren. Proteus.

Wy zullen beiden de eer hebben van onze op. wachting by uwe Hoogedelheid te maaken.

(Sylvia en Tburi* vertrekken.)

ZEVENDE TOONEEL.

Valentiko, Proteui.

Valemtino. Wel nu, zeg my, myn Vriend, hoe Haat hel met hen, van welken gy komt?

Proteus. Uwe vrienden zyn wel, en beveelen zich ten hoogde in uwe gunst.

Valemtino. En hoe vaaren de uwen ?

Proteus. Ik liet hen allen in goeden weiitand.

Aa Va.

Sluiten