Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37© m TWEE EDELLIEDEN van VERONA,

Valen tiho. Hoe vaart uwe Meestres, en hoe ftaat het met uwe liefde ?

Proteus.

Het verhaal'van myne liefde pleegde u altoos te verveelen; ik weet, dat gy niet gaarne liefdesver. tellingen hoort,

Valentino, Ja, Proteus, maar deeze tyd is nu veranderd; ik heb ftraf moeten Iyden voor het verachten der liefde; wier hoogvermoogende wil my geftraft heeft met bitter vasten, en met zuchten van berouw; met traanen by den nacht, en met Jammer, klagten by den dag. De liefde heeft, om zich wegens myne verachting te wreeken, den flaap verbannen van myne veiflaafde oogen, en hen tot wachters aangefteid van de droefheid van myn eigen hart. o, Myn waarde Proteus, de God der liefde is een magtig koning, en hy heeft my zóda» nig vernederd, dat, ik moet het bekennen, geen ramp gelyk is aan zyne beftrafHng, en geen vermaak op aarde zyn' dienst kan evenaaren. Nu hoort men van my geen gefprek dan over de liefde ; nu kan de bloote naam van liefde my tot een ontbyt, middagmaal, avondmaal, en nachtrust ftrekken.

Proteus. Genoeg; ik kan uw' toeftand in uwe oogen lee. zen. En is zy, die zo even weg ging, de Godin i wtlke gy zo aanbid?

Valentino. Ja, dezelfde,- is het niet eene hemelfche engelin ?

Proteus.

Neen , maar zy is een aardsch juweel.

Valentino. Noem haar hemelich.

Pro-

Sluiten