Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37* De TWEE EDELLIEDEN vanVERONA,

dy, de waerdv van alle andere nietswaerdig maakt. Zy is eenig.

Proteus.

Wel laat haar dan ook eenig blyven. Valentino.

Neen, dat niet, om de geheele waereld niet; neen, vriend , zy is myn eigendom, en ik ben zo ryk door het bezitten van dit juweel, als twintig zeen, indien alten derzelver zandkorrels paarlen waren, haare wateren nectar, en haare rotfen goud. Vergeef het my, dat iK niet van u droom, daar gy my ziet dutten door liefde. Myn zotte medemin' naar, aan wien haar Vader de voorkeur geeft alleen omdat hy zoveel bezittingen heeft, is met haar vanhier gegaan, en iK moet hen volgen; want gy weet, dat de liefde minyverig is.

Proteus.

Zy bemint u immers ?

Vale NTrNO.

Ja, wy zyn aan eikanderen verloofd; en, dat meer is, onze trouwdag, en alle de listen noodig tot onze vlucht zyn reeds bepaald; hoe ik in haar venfter moet klimmen met een' touwen ladder; benevens allen de middelen beraamd tot ons geluk. Waarde Proteus, gaa met my naar myne kamer, om my in deeze zaaken met uwen raad by te ftaan.

Proteus, Gaa maar vooruit; ik zal u zo ftraks komen bezoeken. Ik moet nog eerst naar de haven, om eenige noodwendigheden , die ik gebruiken moet, te doen ontfcheepen, en daarna zal ik terHond by u komen.

Valentino. Zult gy u fpoeden?

Proteus.

Ja. (Valentino vertrekt.) —— (Proteus alleen.) Even gelyk de eene heite de andere hette uitdryfr,

of

Sluiten