Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L r S P E L. ft*

naam; het is wel, ik wil haar hebben; en als die eens een huwelyk wierd, gelyk niet onmooglyk Is. . . .

Speed.

Wat dan ?

Launce.

Wel, dan kan ik u zeggen, dat uw Heer u wacht aan de Noordpoort.

Speed.

Wien, my!

Launce.

Ja, u, Wie zyt gy? Hy heeft 'er wel beter gewacht.

Speed, En moet ik naar hem toe gaan ?

Launce.

Gy moet naar hem toe loopen, want gy hebt u hier zolang opgehouden, dat gaan niet genoeg zal zyn

Speed.

Waarom hebt gy my dat niet éér gezegd f De duivel haal u met uw' minnebrief! (Hy loopt been.) Launce.

Nu zal hy geranfeld worden voor het leezen van myn' brief; het is een ongemanierde rekel, die zich in eens anders geheimen wil indringen. ——. Ik zal hem naloopen, om my te vermaaken in zyne kaftyding. (Launce loopt Speed na )

VYFDE TOONEEL.

DeHertog, Thurio, en een weinig laater, Proteus.

de HeRTOO.

Signor Thurio, vrees niet, zy zal u wel bemin, oen , nu Valentino uit haar gezicht verbannen is.

Thu

Sluiten