Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

408 De TWEE EDELLIEDEN van VERONA,

TWEEDE TOONEEL.

Het Tooneel verbeeld eene opene plaats onder de Jlaapkamer van Sylvia te Milano.

Proteus. (alleen.) Ik heb my reeds valsch getoond jegens Valentino, en nu moet ik ook even onrechtvaardig weezsn jegens Thurio, onder voorwendfel van hem aan te pryzen, heb ik toegang, om myne eigene liefde voor te trekken; maar Sylvia is te oprecht, te getrouw, en te deugdzaam, om zich door myne onwaerd'ge voorflagen te laaten omzetten; wanneer ik haar van myne oprechte getrouwheid wil verzekeren, dan zal zy my terftond myne valsheid tegen myn' vriend voorwerpen; wanneer ik myne geloften aan haare fchoonheid wil opdraagen; dan zal zy my herinneren , dat ik meieedig ben in het verbreeken van myn woord aan Julia, die ik beminde, gegeven. En echter in weêrwil, van alle deeze brrere verwytingen, waarvan zelfs dé geringfte ten' minnaar wanhoopig zou maaken, groeit myne liefde fteeds meer en meer, en ftreelt haare voeten als een fchoothondje, hoe meer die verftoten word. Maar daar komt Thurio; nu moeten wy haar venfter naderen, en haar oor onthaalen op eenig nachtmuziek.

Thurio. (met eenige Muzikanten op bet Tooneel komende.) Hoe nu, Signor Proteus, zyt gy ons voorgekropen ?

Proteuss

Ja, vriend Thurio; wantgy west, dat da liefde kruipt daar zy Biet gaan kan.

Thurio.

Ja; maar ik wil echter niet hoopen, datgy haar bemint,

P*0'

Sluiten