Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4io De TWEE EDELLIEDEN vak VERONA,

Julia. Ij hy mede onder dien hoop?

HïïBKROIÏÏ.

Ja; maar wees ftil, laaten wy hen aanhooren. ZANG.

Wie is Sylvia? wat is 't, Dat in haar de herders pryzen? — Zy is deugdzaam, fchoon, en wys j Dit gefchenk gaf haar de hemel, Op dat elk haar zou beminnen.

Is zy ook zo goed als fchoon.

Want de fchoonheid leeft door goedheid l*m

Liefde zoekt, in haar fchoon oog,

Middelen voor zyne blindheid,

En genezen blyft daar woonen.

Wel, zing dan van Sylvia, Omdat zy in fchoonheid uitmunt J Ze overtreft het al, dat hier Op deeze aarde is leevende; Laaten wy haar kransjes brengen.

HE RB ERG TER.

Hoe is het, gy fchynt nog droeviger dan te vooren? Wat deert u, vriend? De muziek behaagt u niet.

Julia.

Gy bedriegt u. maar de muzikant behaagt my niet:

Hei-

Sluiten