Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E t. 4*3

Sylvia.

Wat is uw wil?

Proteus. Myn' wil naar den uwen te regelen, Sylvia.

Gy zult uwen wensch verkrygen. Myn wij is, dat gy u naar uw huis en naar uw bed zult fpoeden, Gy listige, meineedige, valfcbe, en trouwlooze man! Denkt gy, dat ik zó onnozel en eenvoudig ben, dat ik my zou laaten verleiden door uwe vleijeryën, daar gy reeds zo veele door uwe valfche eeden misleid hebt? Keer weder, keer we» der.'en toon berouw aan uwe minnaares. Wat my betreft, ik zweer by deeze bleeke koninginne van den nacht, dat ik zóverie af ben van ,uw verzoek toe te ftaan, dat ik integendeel u haat om uwe onrechtvaardige begeerten , en genoegzaam moeijelyk ben op myzelve wegens den tyd, dien ik verkwist om met u te fpreeken.

Proteus.

Ik beken, myne waardfte, dat ik eene jufter bemind heb, maar zy is overleden.

Julia, (ter zyde.)

Dit is onwaar, indien ik het zeggen mogt; want ik ben wel verzekerd , dat zy nog niet begra. ven is.

Sylvia.

Zeg vry, dat zy dood is; maar Valentino, uw vriend, leeft nog; aan wien ik, gelyk gy zelf wel weet, verloofd ben, en fchaamt gy u niet hem te benadeelen door uwe laftigheid?

Proteus.

Ik heb insgelyks vernomen , dat Valentino dood is.

S yl via.

En fte! dan ook, dat ik dood ben, want, wees verzekerd, dat myn» liefde in zyn graf begraven legt.

Pro-

Sluiten