Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

414 Dé TWEE EDELLIEDEN van VERONA,

Pbotihi,

Vergun my, fchoone Jongvrouw , die weder Uit de aarde op té graaven.

Sylvia.

Gaa naar het graf van uwe minnaares, en roep haar daaruit, of ten minite begraaf uwe liefde daarin.

Julia, (ter zyde.) Dit hoorde hy niet.

Proteus.

Mevrouw, indien uw hart dan zo Verhard is, vergun dan uw af beeldfel aan myne liefde, dat afbeeldfel, dat in uwe kamer hangt; tegen dat zal ik fpreeken, voor dat zal ik myne traanen uitftor. ten, want dewyl het wezentlyke van uwe liefde elders geplaatst is, ben ik flechts eene fchaduw; en daarom zal ik myne getrouwe liefde aan uwe fchaduw opofferen.

Julia, (ter zyde) Indien het een wezen was, zoud gy het voor» zeker bedriegen, en hetzelve tot eene fchaduw maaken, gelyk ik ben.

Sylvia.

Het is my niet aangenaam, Signor, uwe afgo. din te zyn; maar naardien gy valsch zy.t, zal het u wel voegen fchaduwen en fchynbeelden te aan» bidder. Zend morgen-ochtend by my, en ik zal het u toezenden. Voor het overige, wensch ik u een' goeden nacht.

Proteus.

Een nacht gelyk die ongelukkigen hebben, welken den volgenden dag ter doodftraf zullen geleid worden, (Sylvia fluit baar venfler, en Porteus vut. trekt.)

Julia.

Kom, Hospes, willen wy gaan?

Herbergier. Op myne eer, ik was vast in flaap.

Ju-

Sluiten