Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L, 415

Julia. Eilieve, waar logeert Proteus?

Herbergier. Wat drommel! in myn eigen huis. — Ik geloof waarlyk, dat het byna dag is.

Julia.

Neen, neen, maar het is}de Iangfté en treurigfte nacht geweest, dien ik ooit gewaakt heb.

(Zy vertrekken,)

VYFDE TOONEEL.

Eolamore, en een weinig laater Sylvia, aan let venfter,

Eolamore. Dit is het uur, waarin Donna Sylvia my bevolen heeft haar op te wachten, en haar begeeren te verdaan. Zy heeft my gezegd, dat zy my in eene gewigtige zaak wil gebruiken. (Hy roept.) Mevrouw Sylvia 1 Mevrouw Sylvia!

Sylvia. (aan let venfter.) Wie roept my daar.

Eglamore. Uw dienaar en uw vriend, die de bevélen van uwe Hoogedelheid komt afwachten.

Sylvia.

Duizendmaal goede morgen, Signor Eglamore.

Eglamore. Ik wensch u het zelfde, Signora; volgens het bevél van uwe Hoogedelheid ben ik hier zo vroeg gekomen, om te verdaan tot welk een' dienst het u behaagen zal te gebruiken.

Sylvia.

o, Eglamore! [denk niet, dat ik u vleijen zal, want ik zweer dat dit niet zo is] gy zyt een Edelm an van moed, en verftand , naauwgezet van gewee-

Sluiten