Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

416 Dr TWEE EDELLIEDEN vaw VERONA,

weeten, en vol verdienften, gy Zyt niet onkundig, welke genegenheid ik den gebannen' Valenttno toedraag, en dat myn Vader my dwingen wil met den dwaazen Thurio te trouwen, van wien myn hart een affchrik heeft. Gy zelf hebt bemind, en ik heb u wel hooren zeggen, dat nooit eenige droefheid u zo zeer het hart getroffen heeft, als die toen uwe getrouwe minnaares geftorven is op wier graf gy eene eeuwige kuisheid gezworen hebt. Signor Eglamore ik wilde gaarne naar Valentino naar Mantua, daar ik hoor dat hy zich ophoud; en dewyl de wegen zo onveilig 7yn, verzoek ik u om de eer van uw gezelfchap. Spreek niet van myns Vaders gramfcbap, Eglamore, maar overdenk myn leed, het leed van eene Jongvrouw,en de billykheid van myne vlucht vanhier; om my te ontrukken van eene alleronrechtvaardigfte verbind, tenis, welke de hemel en het lot fteeds met plaa. gen zouden loonen. Ik fmeek u uit den grond van een hart, dat zoveel zorgen heeft als 'er zandkorrels aan den oever der zee gevonden worden, dat gy my gezelfchap houd, en met my gaat; doch zo gy met wilt, fmeek ik u, dat év ver' zwygt hetgeen ik u gezegd heb, dan zal ik het waagen alleen te gaan.

Eglamore.

•wiTJm \'n *. he? ê,fooc mede'yden met uwe droefheid, en dewyl ik weet, dat uwe liefde deugdzaamlyk geplaatst is. geef ik myne toeftem! ming om met u te gaan; weinig acht geevende op he.geen my kan overkomen, en alleenlyk wen. fchende, dat u alles goeds mooge overkomen Wanneer wilt gy gaan? "velomen.

Sylvia. Nog deezen avond.

Eglamore. Waar zal ik u vinden?

S YL.

Sluiten