Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L r S P E L. AM

Julia.

Ach ! Mynheer, ik 'bid u om vergiffenis,ik heb my vergist; (Zy geeft hem een' anderen ring, dit ii de ring, dien gy aan Sylvia gezonden hebt. Proteus. Hoe komt gy aan dien eerften ring ? Ik heb dien by my vertrek aan Julia gegeven.

Julia.

En Julia zelve heeft dien aan my gegeven; en Julia zelve heeft hem hier gebragt.

Proteus.

Wie? Julia!

Julia.

Zie in my haar die het voorwerp was van allen uwe eeden , en die dezelven in het binnenst van haar hart bewaard heeft. Hoe menigmaal hebt gy hunne wortels, door uwe meineedigheid afgefne. den? Ach! Proteus! dat dit kleed u doe bloozen! fchaam u, dat ik zuik eene ongevoeglyke kleeding heb aangetrokken, indien fchande plaats kan hebben in eene verkleeding uit liefde. Het is eene mindere misdaad in de oogen der zedigheid, dat de vrouwen van kleeden, dan dat de mannen van hart veranderen.

Proteus.

Dan de mannen van hart? Het is waar. o Hemel'indiende mensch ftandvastig was, dan was hy volmaakt; dat één gebrek vervult hem met duizsnd andere gebreken; en doet hem tot allerhande misdaaden vervallen ' De onftandvastigheid valt reeds af éér zy begint. Wat is 'er toch bevalligs in het gelaat van Sylvia, dat een ftandvastig oog myniet nog bevalliger in Julia kan toonen?

Valentino.

Kom hier, kom hier.' geeft my beiden uwe hand, laat ik het geluk hebben van dit heilig ver. 'bond te hernieuwen ; het zou droevig zyn dat zulke vrienden langer vyanden bleeven.

■ Ee 2 Pro-

Sluiten