Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

436 Da TWEE EDELLIEDEN van VERONA > Proteus.

o Hemel, wees gy myne getuige, dat ik mvn' wensch voor eeuwig verkregen heb / Julia.

En ik den mynen.

vyfde Tooneel.

Eenige Roovers met den Hertog en Thurio.

de Roovers. Eene vangst.' eene vangst/ eene vangst.'

Valentino. Laat af.' laat af.' Het is zyne Hoogheid de Her«

jog. Ik heet uwe Genade welkom by den

onbegenadigden Valentino.

de Hertog. Hoe, gy hier Valentino?

Thurio. Gints ftaat Sylvia, en Sylvia is de myne.

^ V a len tino.

Thurio, doe afftand; öf anders verwacht uwe dood. Kom niet onder het bereik van myne grim. mighsid. Verftout u niet Sylvia de uwe te noemen; zo gy zulks nog eens doet dan zal Milano u nooit wederzien. Daar ftaat zy, neem maar eens ïóveel bezit .van haar, dat gy haar aanraakt; ja zelfs tart ik u, dat gy myne minnaares flechts aanademtp ——

Thurio.

Signor Valentino , ik geef niet om haar; niet met al. Ik houd hem voor een' zot, die zyn leven in gevaar ftelt voor een meisje, dat hem niet bemint. Ik vorder haar niet, en daarom laat zy de uwe zyn.

d e

Sluiten