Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44a AANMERKINGEN op De TWEE EDEL';

Pag. 361. Reg. 21, 20, 19- (van onderen)

ik ben de bond; neen de bond is zicb zelf, en ik ben de bond; ocb neen de bond is ik, en * ik ben ik zelf; "

" Doctor Johnson twyfelt.of de Dichter Launce niet met voordacht zulke wartaal heeft doen fpreeKen • doch ie Ridder Hanmer gelooft het tegendeel' hy beweert, dat de tekst bedorven is, en dat men leezen moet: ,

I am tbe dog, no, toe dog ts btmjelf, and „ 'i am me, tbe dog is tbe dog, and I am my „ zelf. "

En dan zou het dus zyn :

Ik ben de hond , neen , de hond is zich zelf en ik ben ik, de hond is de bond, en ik \\ ben 'ik zelf." Hetgeen my ook redelyker voor-

*omt' Vertaaler.

Pag. 369 Regel. t. 9» ,7 Mevrouw, de Hertog uw Vader begeert u

" ln"aUe'^de voorige uitgaaven word deeze reden ten onrechten aan Thurio toegefchteven , doch dit is tegen alle rede; Thurio is den gantfchen tvd op het Tooneel geweest, en kon dus niet weeten , dat de Hertog zyne Dochter wilde fpreeken ; daarenboven is het daarop volgend antwoord van Sylvia: „ Zeg dat ik komen zal om zyne bevélen aan te hooren," duideiyk tegen een ander'gericht, dewyl zy oogenbliklyk daarop laat volgenf,, Kom, Signor Thurio," enz. Dus moet hier noodzaakelyk een dienaar op het Tooneel komen om die boodfchap te doen.

Theobald.

Pag. 373- Reg. li, 10. 9 (van onderen) ,. tot nog toe beb ik niets anders befcbowvtd 'dan baare uiterlyke gedaante," Dr Iohnson, die hier het woord piBure inden " 3 naauwt

Sluiten