Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. J

was, hy deed het enkel om aan zyne moeder ro behaagen, en om trotfch te kunnen zyn; en dit is hy , zelfs in zó verre, dat zyne trotsheid zyne dapperheid evenaart.

Tweede Burger.

Gy rekent eene ondeugd in hem hetgeen hem van natuur eigen is. Gy kunt toch op geenerhande wys zeggen, dat hy hebzuchtig is.

Eerste B urger.

Schoon ik dat niet kan (zeggen) , behoef ik echter niet verlegen te zyn om andere befchuldigingen ; hy heeft gebreken in menigte , die men zou kunnen opnaaien. {Men boort gejuicb van binnen.) Welk een gejuich is dat ? De andere zyde van de Stad is op de been; en waarom ftaan wy hier onzen tyd te verpraaten ? Voort, naar het Capi. tooi. —

Allen.

Voort, voort!

Eerste Burger.' Zacht.' Wie komt daar aan ?

TWEEDE TOONEEL.

De Voorigen, Menenius Agrippa.

Tweede Burger. Het is de braave Menenius Agrippa, een man, die het volk altoos bemind heeft.

Eerste Burger. Ja, hy is braaf genoeg; ik wenfchte wel, dat zy allen zo waren.

M. Agrippa. Wat is *er te doen , myne Landslieden ? Waar gaat gy heenen met ftokken en knodfen? Wat is het geval ? Spreekt op, bid ik u.

Tweede Burger. Ons voorneemen is aan den Senaat niet onbe> A 3 kend;

Sluiten