Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 9

digers; en gaf hen het volgend antwoord: Het is waar , zeide hy, myne medeïngelyfde vrienden, dat ik het algemeen voedfel eerft ontfang, waarvan gy alleen leeft;en dit is ook behoorlyk , naardien ik het voorraadhuis ben van het geheel lichaam. Maar herinner u ook , dat ik hetzelve rondzend door de rivieren van uw bloed maar het opperfte hof, het hart; naar den zetel van het verftand, en naar de voornaamfte dryfveêren van het lichaam' De fterke zenuwen, en de mindere aders ontfangen van my den vereifchten toevoer, waarvan zy moeten beftaan. En niectegenftaande alles [let wel myne goéde vrienden,] zeide de buik. —

Tweede Burger. Ja, wel, Mynheer , ja wel.

M. Agrippa. Niettegenftaande allen niet kunnen bemerken wat ik aan een' ieder van hen toevoer, kan ik hen echter aantoonen, dat zy allen het beft voedfel van my ontfangen, en dat zy my nietsoverlaa ten dan de uitgemergelde ftof. Wat dunkt u daar van?

Tweede Burger, Dat was wel geantwoord. Maar hoe wilt gy dit toepasfen?

M. Agrippa. De Raad van Romen is deeze goede buik, en gylieden zyt de overige oproerige leden; want onderzoekt flechts hunne raadflagen , en hunne zorg, overweegt de zaaken gelyk het behoort, en gyzult bevinden, dat, met betrekking tot het wélzyn van de Gemeente, 'erniet ééne blykbaare weldaad is, of zy komt van hen tot u, en in geenen deele van uzelven. Wat dunkt u daarvan, gy groote teen van deeze vergadering ?

Tweede Bubger. Groote teen 1 Wie, ik? Ben ik de groote teen ?

As M. A-

Sluiten