Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

M- Ag ex pp a. Ja.dewyl gy, een van de geringften, laagften, en armften van dit zeer verftandig oproer, u aan het hoofd delf. Gy deugniet, die de flechtde zyt van afkomft.zyt de eerde om (uwe makkers) ten verderve te leiden , om (voor uzelven) daaruit eenig voordeel te trekken. — Maar houd uwe harde dokken en kneppels in gereedheid, Romen en zyne rotten daan op het punt van flag te leveren; en een van beiden moet de nederlaag hebben.

DERDE TOONEEL.

De Vooricen, C. M. Coriolanus.

M. Agrippa. Wees welkom, edele Marcius!

CoriolanusIk dank u. Wat is de rede , gy oproerige fchelmen, waarom gy, door de armhartige jeukte van uwe verbeelding te krabben , u zeiven fchurft maakt ?

TweedeBurger. Wy zyn wel gewoon goede woorden van u te krygen.

Coriolanus. Hy, die u goede woorden zou willen geeven , zou tot afgryzens toe laag moeten zyn. Wat wilt gy toch, gy honden, die noch in vreede, noch in oorlog te vreeden zyt ? De laatfle maakt u bevreesd , en de eerde trotfch. Hy, die op u betrouwt, vind haazen daar hy leeuwen meent te vinden, ganzen voor vosfen; gy zyt niet bedendiger dan eene kool vuur op het ys, of een hageldeen in de zon. Alle uwe deugd is, dat gy den geenen verdiendelyk noemt, die om zyne misdaasien vernederd word, en dan het recht, dat zulks

doet,

Sluiten