Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T R E U R S PIL.

IS

SlCINIUS'

Toen wy tof Gemeensmannen van het Volk verkozen wierden"-.

BïüTüS.

Hebt gy toen acht gegeven op zyne oogen, en op de trekken van zyn mond?

Sicinius. Neen ; maar op zyne fchimpredenen. Brutus.

Wanneer hy toornig word, zou by zich niet ontzien de Goden te hoonen.— Sicinius. Ja zelfs de kuifche maan te befpotten. Brutus.

De tegenwoordige oorlog moete hem verilinden! Hy is te trotfch geworden om langer zo dapDer te zyn. r Sicinius.

Wanneer zulk eene geaartheid door voorfpoed gekitteld word, dan veracht zy zelfs de fchaduw waarin zy op den middag treed; maar het verwondert my , dat zyne verwaandheid dulden kan onder Cominius te gebieden* Brutus.

De roem, die zyn eenig doelwit is, en waarin hy thans reeds ftaat, kan nooit beter behouden of verkregen worden dan door eene bediening van den tweeden rang; want alles, dat mislukt, word gerekend de fchuld van den Opperveldheer te zyn, fchoon hy het uiterfte doet, dat een man kan ver. richten; en alsdan zal de duizelige bèrispzucht over Marcius uitroepen: O! Dat hem de zaak ware toebetrouwd geworden.

Sicinius.

Daarenboven, wanneer de zaak goed uitvalt, dan zal de verbeelding , die nu zo fterk op de zyde van Marcius is, Cominius alle zyne verdienften ontrooven.

Brh-

Sluiten