Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

ar

Ter een' trommel, dan dat hy op zynen meefter acht geeft.

Valkru.

Op myne eer, by aart juift naar zyn' vader. Ik kan betuigen , dat het een allerlieffte jongen is. In waarheid ik zag hem voorleden woensdag een gantfch baif uur aan.—Hy beeft eene rullige geftalte. Ik zag hem eene gouden tor naloopen , en toen hy die. gevangen had, liet hy die weder vlie. gen; en liep die weder na; toen viel hy over hals en hoofd op den grond, aanftonds was hy weder op; en vong die weder; of nu zyn val hem toor. nig gemaakt had, of hoe het was, hy beet op zy. ne tanden, en verfcheurde de tor. o, Ik verzeker u, dat hy hem plukte.

Volumnia.

Dat is juift eene der kinderlyke gewoonten van zyn' vader.

V A l f R A.

Zie, het is inderdaad een edelaartig kind.

VlROINIA-

Het is een' kleine ftyfkop, Mevrouw.

Va LER ia.

Kom, leg uw borduurwerk ter zyde. Gy moet deezen achtermiddag met my in ledigheid doorbrengen.

VlRGINIA.

Neen, Mevrouw, ik gaa niet uit de deur.

V E L E R I A,

Hoe, niet uit de deur?

Volumnia. o Zy, zal wel, zy zal wel.

VlRGINIA.

Inderdaad niet, neem het my niet kwalyk. Ik zal niet over den drempel komen, vóór dat myn gemaal uit den oorlog terug gekeerd is.

V ALE RIA.

Foei, gy fluit uzelve op tegen alle rede. Kom, B 2 67

Sluiten