Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïi CAJUS MARCIUS CORIOLANUS,

gy moet met my die Dame gaan bezoeken, die in cu kraam bevallen is.

Vijgibi a. Ik wenfch, dat zy fpoedig haare krachten mooge wederkrygen, en haarer in myne gebeden indachtig zyn, maar ik kan niet by haar gaan.

Volumnia» En waarom niet, bid ik u ?

VlEGINIA.

Niet om dat het my te veel moeite is, of om dat het my aan genegenheit ontbreekt.

V a l e r i A.

Gy wilt eene tweede Penelope zyn. En men zegt, dat de menigte van garen, die zy geduurende de afweezigheid van Ulyfles verweven heeft > enkel heeft gediend om Ithaca met motten op te vullen. Kom, ik wenfchte wel dat uw borduur* doek zo gevoelig was als uw vingel, dan zoud gy uit medelyden ophouden dien te fteeken. Kom, gy moet met ons gaan.

VlRGINIA.

Neen, myne waarde Mevrouw, verfchoon my; in waarheid, ik zal niet uitgaan.

Valer ia.

Eilieve, ik bid u, gaa met ons, dan zal ik u eene zeer goede tyding van uw' man verhaalen.

VlRGINIA.

o, Waarde Valeria, daar kan nog geenezyn»

V a l e R i a'

In waarheid, ik fpot niet met u; daar is giflerenavond tyding van hem gekomen.

VlRGINIA.

Is het waar, Mevrouw?

Vale rt a. In ernft , het is waar; ik heb het van een1 Raadsheer gehoord. Dus luid de tyding: De Vol. fcers hebben een leger in het veld, tegen het welk Cominius met een gedeelte van de Romeinfche

leger-

Sluiten