Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. *5

Eerste Raadsheer.

Neen, en ook niet één man, die niet even weinig vreeft aïs hy, en dat is minder dan weinig. Hoor.onzs trommelen geleiden onze jonge« lingen naar den ftryd. (Men boort trommelen van verre) Wy zullen veeleer onze muuren afbree. ken , dan dulden dat uw volk ons hier influit; onze poorten , die thans gefloten fchynen, heb» wy flechts met riethalmen toegegrendelt. Hoor, daar van verre, daar is Aufidius. (Men boort van verre een krygs gerucht.) Hoor, hoe hy onder uw verftrooid leger te werk gaat.

Coriolanus-

o, Zy zyn reeds met eikanderen Haags — T. Lartius.

Laat hun krygsgerucht ons teken zyn. Brengt ftormladders aan. (De Volfcers doen een' uitval.) Coriolanus.

Zy vreezen ons niet, maar vallen uit de (rad viit. Houd nu uwe fchilden voor uwe harten, en ftryd met harten, die nog meer verftaald zyn dan uwe fchilden. Trek vooruit , braave Titus; zy verachten ons veel meer dan wy gedacht hadden; en dit doet my het zweet uitbreeken van wraakzucht. Rukt aan, myne medemakkers; hem, die vlucht, zal ik voor een' Volfcer houden , en hy zal de fcherpte van myn zwaard gevoelen.(^ry^x. gerucht, de Romeinen worden door de Volfcers in bunne verfcbanjingen terug gedreven.)

AGTSTE TOONEEL-

Cajus Marcius, Krtgsknechten.

Coriolanus.

Alle de befmettelyke ziekten van bet brandend zuiden moeten over u komen, gy fchandvlekken B s van

Sluiten