Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

van Romen ! Etterbuilen en peilvlekken moeten uwe lichaamen zodanig overdekken.dat men u nog yerder fchuwt dan men u zien kan, en dat de een den ander* verder dan eene myi in den wind aaniteekt! —Gy ganzenzielen, die enkel de gedaante van menfchen draagt; boe, hebt gy gaan loopen voor lafhartige flaaven , die door aapen zouden kunnen verflaagen worden ? Pluto en hel.' allen van achteren gewond. Roode ruggen, en bleeke aangezichten, door het vluchten en eene koortfige vrees! Maakt het beter, en tail hen op nieuw aan, of ik zweer u by alle hemellichten, dat ik den vyand zal verlaaten, en u aantallen. Bedenkt dit wel, en komt met myj zo gy ftand durft hou den, dan zullen wy ben naar hunne vrouwen terug flian even gelyk zy ons in onze verfchanfingen terug gedreven hebben, (weder krygsgerucbt, en Marcius vervolgt de Volfcers tos aan de poort van Corioli.) Zo, nu zyn de poorten open, gedraagt u nu als dappere medehelpers . de Fortuin verwyd dezelve voor de vervolgers niet voor de vluchten, den. Ziet naar my, en doet gelyk ik. (Hy vliegt ter poort in.

Eerste Krygsknecht.

Dwaaze vermetelheid, ik volg niet.

Tweede Krygsknecht.

Ik ook niet.

Derde Krygsknecht.

Zie, daar fluiten zy hem in. (Marcius word in* gefloten.)

Allen.

Nu is hy een lyk, dit is zeker. (Titus Lartius komt op bet tooneel )

T. Lartius. Wat is 'er geworden van Cajus Marcius? Allen.

Die is zonder twyfel verflagen, Mynheer.

Eerste

Sluiten