Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50 CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

comini us.

Het is naauwlyks eene myl van hier. Wy hebben nog kort geleden hunne trommels gehoord. Hoe hebt gy over ééne myl een uur tyds kunnen veripillen, en ons zo laat eerit tyding bren« gen?

Bode.

Kondfchappers der Voifcers hebben my nagejaagd, zodat ik genoodzaakt ben geweefteen' omweg van drie of vier mylen te neemen, anderzins, Mynheer, zou ik u reeds voor een half uur tyding gebragt hebben. (Marcius komt op bet tooneel.)

Cominius Wie komt daar gints aan , die den fchyn heeft als of hy verfcbeurd was ? Groote Goden! Hy heeft de gedaante van Cajus Marcius, ik heb hem voorheen als zodanig gezien.

cor i o lanus.

Ben ik te laat gekomen ?

Cominius. Een fchaapherder kan niet naauwkeuriger den donder van een.' trommelflag onderfcheiden, dan ik den klank der tong van Cajus Marcius van dien van mindere lieden.

Coriolanus. Kom ik te laat?

Cominius.

Ja, indien gy niet komt, bevlekt met het bloed van anderen, maar met uw eigen bloed.

Coriolanus.

ó, Laat ik u in myne armen drukken, die nog zo gezoBd en Merk zyn als toen ik myne huisvrouw ten huwlyk verzocht; met een hart, dat zo ver. heugd is als op den avond van myn' trouwdag, toen de kaarfen het teken gaven van naar bed te gaan.

Cori o»

Sluiten