Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56" CAJUS MARCIUS CORIOLANUS.

(Titus Lartius komt met zyne legermagt van let vervolgen der vyanden terug.)

T. Lartius, (op Coriolanus ivyzende)

o, Cominius, zie hier het oorlogipaard wy zyn flechts het tuig. — Indien gy gezien had.... Coriolanus.

Ik bid u zig niets meer. Myne moeder zelve, die de zwakheid heeft van haar gedacht te pryzen, doet my verdriet aan als zy meent, dat zy my verheft. Ik heb gedaan gelyk gy allen gedaan hebt, dat is, al dat ik kon doen, daartoe aangefpoord even gelyk gy, te weeten, uit liefde voor myn Vaderland. Een ieder, die flechts aan zyn' goeden wil voldaan heeft, heeft myne daaden overtioffen.

Cominius. Neen, gy zult het graf niet zyn van uwe verdienften. Romen moet de waerdy van haar eigendom Ieeren kennen; uwe daaden te verbergen zou een verzwygen zyn veel erger dan een diefftal, ja dan verraadery, en dat te verzwygen, hetwelk u tot den hoogden top van eer verheft, zou niets dan eene verkeerde befcheidenheid zyn. Daarom bid ik u, dat gy my voor het hoofd van ons leger gelieft aan te hooren, enkel om aan hetzelve te toonen wie gy zyt, niet om u te beloonen voor hetgeen gy gedaan hebt.

Co-r i 0l a nus. Ik heb eenige wonden ontfangen, en die op te haaien zou my flechts fmart veroorzaaken. Cominius. Ihdien daaraan niet gedacht wierd, zouden zy met recht tegen da ondankbaarheid-moogen etteren, en zich met de dood omzwachtelen. Van allen de paarden, waarvan wy zeer goede, en een goeden voorraad veroverd hebben, en van allen de fchat ten, die wy in het veld en in de Stad verkregen hebben, zullen wy uhet tiendegedeeltegeevenom

naar

Sluiten